Emissiereductie leidt niet automatisch tot natuurherstel, zo hebben vooraanstaande wetenschappers en stikstofkenners aan de Tweede Kamer doorgegeven, zo blijkt uit dit artikel in Nieuwe Oogst.
Een aantal bekende mensen in de stikstofdiscussie hebben de Tweede Kamerleden bijgepraat over hun analyse: De Nederlandse stikstofcrisis: Van verwarring naar verbinding. Gerard Ros, verbonden aan de Wageningen University & Research, wijst op een belangrijk verschil in benaderen ten opzichte van eerdere rapporten. Het verschil is dat er een knip wordt gelegd tussen emissiereducties en natuurherstel. Er is schade in de natuur en er is noodzaak tot het verslagen van emissies. Maar het niet zo dat verlaging van emissies daadwerkelijk tot natuurherstel zal leiden. Daarvoor is meer nodig. Er moet meer worden gedaan aan verdroging en versnippering van natuurgebieden om te komen tot natuurherstel. Ook terreinbeherende organisaties moeten meer doen aan natuurbeheer.
Het stikstofvraagstuk is een erfenis van veertig jaar overbelasting. Dat weegt zwaar. Het probleem gaat niet om wat erbij komt, maar om wat er al is. Het herstel van de natuur kan daardoor misschien wel honderd jaar duren.
Om Nederland van het stikstofslot te halen, is een combinatie nodig van juridische aanpassingen en geborgde emissiereductie. Ondernemers kunnen wel sturen op eigen emissies, maar niet natuurkwaliteit in verder gelegen gebieden. De auteurs van de analyse geven aan dat er op gebiedsniveau emissieplafonds voor bedrijven moeten worden vastgesteld. Dan kunnen ondernemers zelf bepalen hoe zij emissies gaan reduceren. Alle sprekers vinden het rekenmodel Aerius ongeschikt. Er zijn volgens hen modellen gebruikt voor beleid waar het niet voor is bedoeld.







